Handgemaakte tassen en accessoires uit eigen atelier

Een outfit is pas echt compleet met een bijpassende tas. En wilt u een tas die u niet op elke straathoek tegenkomt? Iets bijzonders? Loop dan eens binnen bij Bags by-J. Hier vindt u unieke handgemaakte tassen en accessoires uit eigen atelier.

In de Papegaaistraat, volgens velen het leukste winkelstraatje in de Goese binnenstad, kunt u het pand van Bags by-J niet missen. Achter de stoere gevel van staal en glas, gaat een authentiek interieur schuil. Robuuste baksteen muren, een oud houten balkenplafond en de ruwe betonnen vloer geven het gevoel dat u een werkplaats binnenstapt. Op een grote houten tafel wordt het leer gesneden en achter de verschillende naaimachines in de ruimte worden de mooiste creaties gemaakt. Tassen, accessoires zoals riemen, portemonnees, hoesjes voor de telefoon, armbandjes en sleutelhanger vormen dankzij hun gedetailleerde afwerking een prachtig contrast met het industriële interieur. 

Eigenaresse Janet zit nog niet zo gek lang in de ‘tassenwereld’. Toch heeft ze in de relatief korte tijd dat ze in deze branche zit, al een flinke naamsbekendheid opgebouwd en leuke opdrachten binnengehaald.
“Ik mocht de schorten maken voor Slot Oostende”, zegt ze met een glinstering in haar ogen.
Behalve tassen en accessoires maakt Janet namelijk ook stoere leren schorten. De schorten kunnen helemaal naar wens gemaakt worden. Wilt u een klein zakje, een grote lus, riempje of een paar leuke studs: het kan allemaal.

FOTO: Kelly Thans

Oorspronkelijk komt Janet uit het bankwezen. Ruim dertig jaar werkte ze bij de Rabobank, maar ook zij verloor, net als vele duizenden anderen, haar baan tijdens de crisis. Ze ging niet bij de pakken neerzitten, maar besloot om stapje voor stapje, haar jeugddroom te verwezenlijken.
“Als kind droomde ik al van een eigen winkeltje in riemen en cowboylaarzen. Die liefde voor leer had ik toen al”, glimlacht Janet. “Ik maakte ook wel eens zelf dingetjes, zoals bijvoorbeeld een bikini van een zeem. Na mijn ontslag bij de Rabobank ben ik eerst in een kledingwinkel gaan werken. Ik wilde ontdekken of ik dat wel echt leuk vond.”
Leuk vond ze het zeker, maar toch bleef er iets knagen. Janet wilde namelijk niets liever dan iets voor zichzelf beginnen.

FOTO: Kelly Thans

“Op een gegeven moment heb ik een oude schoenmakersnaaimachine gekocht via Marktplaats. Zo ben ik begonnen om dingen van leer te maken. Dat vond ik zo vreselijk leuk, dat ik het vanzelf steeds meer begon te doen. Ik kocht her en der restanten leer en na verloop van tijd kwam er ook een andere naaimachine. Ik ging met mijn handgemaakte spullen op marktjes staan of af en toe op een fair. In die tijd werkte ik nog in een kledingwinkel, maar steeds vaker ging de gedachte door mijn hoofd: ‘Als ik hier nou eens verder in kan’. Ik ben workshops gaan volgen en daar leerde ik eigenlijk pas écht tassen maken. Op een gegeven moment heb ik samen met een andere ondernemer een pandje gehuurd, hier in de Papegaaistraat”, zegt ze, terwijl ze door het raam naar de overkant van de straat wijst. “Ik ben gewoon begonnen. In het wilde weg. Tegen alle adviezen in.” Janet schiet weer in de lach als ze eraan terugdenkt. “Ik was toch wel een beetje koppig.”

Koppig of niet, het was, blijkt nu, toch een goede zet. Steeds meer mensen ontdekten haar producten en de één was nog enthousiaster dan de ander. Na anderhalf jaar kwam ze voor de keus te staan: Blijf ik dit pand samen met iemand anders huren? Of ga ik nu echt op eigen benen staan? Ze koos voor het laatste en ging op zoek naar een eigen pandje.
“Toen kwam dit in het vizier”, vervolgt Janet, doelend op haar huidige winkel aan de Papegaaistraat 6. “Ik vond het gelijk een superleuk pandje op een leuke locatie.”

FOTO: Kelly Thans

Misschien verwacht u dat iemand die dag in, dag uit bezig is met tassen, antwoord kan geven op de vraag: Wat maakt van een tas nu echt een goede tas? Toch heeft Janet daar geen pasklaar antwoord op. Mogelijk is dat juist haar kracht.

“Veel mensen hebben specifieke wensen. De één wil graag een grote tas, de ander heeft liever een kleiner formaatje. Sommigen willen een tas zonder rits en een volgende heeft juist liever een tas met rits. Dat zorgt er ook voor dat ik veel tassen in opdracht maak, zodat er een tas ontstaat die helemaal aansluit op de wens van de klant.”

Hoewel elke tas weer anders is, hebben de tassen van Janet wel bepaalde kenmerken. Eigenschappen waardoor de tas het label Bags by-J verdient.
“Het leer moet lekker aanvoelen en het moet lekker ruiken”, vindt Janet. “Soms zijn mensen ook op zoek naar een bepaalde kleur. Als ik leer ga inkopen, ga ik op zoek naar die kleur. Het wil wel eens gebeuren dat ik de perfecte kleur tegenkom, maar het leer toch niet meeneem. Om de eenvoudige reden dat het niet lekker aanvoelt. Dat vind ik echt heel belangrijk”, benadrukt Janet. “Een tas moet lekker aanvoelen.”

Ze neemt ook graag een volle dag de tijd om leer in te kopen. “Dat vind ik echt heerlijk om te doen. Ik geniet ervan om al die lappen leer te zien, te voelen en te ruiken. Ik selecteer echt op uitstraling, geur en of het materiaal prettig aanvoelt.”

FOTO: Kelly Thans

De klanten die een tas door Janet willen laten maken, kunnen zelf ook een keus maken uit de ruime selectie leren lappen die in de winkel hangt.
“Iedereen mag zelf het materiaal uitkiezen. Vervolgens zoek ik samen met de klant uit wat de wensen zijn. Waar willen ze de tas voor gaan gebruiken? Wat moet er allemaal inpassen? Willen ze een tas met een stoere uitstraling of liever een beetje zakelijk? Hoe lang moet de draagriem worden? Aan de hand van dit gesprek maak ik een schetsje”, zegt Janet terwijl ze haar schrijfblok laat zien waar talloze schetsen in staan, compleet met opmerkingen over de fournituren en andere extra wensen.
“Aan de hand van de schets maak ik een patroon op karton en daarna kan ik het leer uitsnijden.”

Al deze handelingen verricht Janet in de winkel en alleen dat stukje ambacht is al een plezier om naar te kijken. Van de losse lappen op maat gesneden leer wordt handmatig een tas in elkaar gezet.
“Ik geniet van heel het proces, vanaf het inkopen van het leer tot het naaien van de tassen. Maar het geeft zoveel voldoening wanneer er een tas klaar is en de klant er ook echt blij mee is. Daar geniet ik van. Elke keer weer.”

Als klein jochie zat hij altijd te tekenen

Bij binnenkomst word je aangekeken door Phillip Glass. Zijn doordringende blik vereist dat je een poosje naar hem blijft kijken, alsof je niet anders kunt. Tot je aandacht wordt getrokken door de enigszins arrogante oogopslag van Freek de Jonge. In een hoekje probeert Herman Brood zich te onttrekken aan het zicht, met de paniek in zijn ogen en de handen nog half voor zijn gezicht. Op de schilderezel, midden in de ruimte, staan een levensgroot doek van een boeket bloemen in zachte tinten. We zijn in het atelier van Daan van Doorn.

door Rachel van Westen

Als klein jochie zat hij altijd te tekenen. Zelfs op school. Die rekensommen en taalopdrachten gingen faliekant de mist in, maar hij ontwikkelde wel een waanzinnig tekentalent. Het lag dan ook voor de hand dat hij dit talent wilde gebruiken om zijn boterham mee te verdienen. Werken in de reclamewereld als illustrator, dat leek hem wel wat. Hij haalde steeds meer opdrachten binnen en om zichzelf optimaal te ontwikkelen, besloot hij de kunstacademie te gaan doen. Dat viel bitter tegen. Overdag moest er brood op de plank komen en werkte hij aan de illustraties voor zijn opdrachtgevers en elke doordeweekse avond zat hij in de schoolbanken. De opdrachten die hij voor zijn studie moest maken, bleken eigenlijk niet te combineren met zijn dagelijkse werkzaamheden. Daarnaast vierde in die tijd het abstract schilderen hoogtij.
“Nu kan ik dat wel waarderen, maar op dat moment was het niet hetgeen ik wilde”, blikt hij terug.
Hij besloot de handdoek in de ring te gooien in het vertrouwen dat het ook zonder opleiding wel zou lukken. In de tussentijd kwam er af en toe wel eens een opdracht binnen om een portret te schilderen. Dat bleek Van Doorn zo goed te liggen, dat hij zich hier meer op wilde focussen. Om zijn naamsbekendheid te vergroten schreef hij zich in voor een beurs van het magazine Residence.

FOTO: Kelly Thans

Mijn laatste centen

“Ik heb mijn laatste centen in een stand op die eerste beurs gestoken, maar het werd een succes. Er kwam steeds meer vraag naar portretten.”
De unieke stijl van Daan van Doorn bleef niet onopgemerkt en hij kreeg steeds meer opdrachten. Hij schilderde bekende Nederlanders zoals minister president Balkenende, Kees van Kooten en Remco Campert. Zelfs Koningin Beatrix mocht hij vereeuwigen op het doek.
“Dat was toch wel heel bijzonder”, zegt hij hierover. “Mijn geboortedorp Rhoon bestond achthonderd jaar en in datzelfde jaar was ook Rotterdam culturele hoofdstad. In dat kader moest er een portret geschilderd worden voor het gemeentehuis van Rhoon. De Koningin heeft voor me geposeerd in Paleis Huis ten Bosch. Er was een uur voor me gereserveerd. Ik ben eerst een kwartiertje of half uurtje met de foto’s bezig geweest en daarna heb ik heb gezellig met haar aan de thee gezeten”, glimlacht Van Doorn. Hij vertelt het alsof het de normaalste zaak van de wereld is. “De ontmoeting vond ik ook niet zozeer spannend”, blikt hij terug. “Maar je wilt natuurlijk wel dat het resultaat goed is. Ik heb een afbeelding gestuurd en daar heb ik een positieve reactie op gehad. Maar dat zal ze wel naar iedereen sturen”, denkt Van Doorn bescheiden.

Herman Brood

Hoewel deze kunstschilder zijn ervaring met Hare Majesteit omschrijft als bijzonder, was hij misschien wel het meest onder de indruk van zijn ontmoeting met Herman Brood.
“Er was afgesproken dat ik hem een kwartier voor zijn optreden zou ontmoeten. Op dat moment had hij net zijn shot gezet. Dan was hij op zijn best. Zonder drugs was hij niets. Toen ik me meldde op het afgesproken tijdstip was Herman Brood kwijt. Nergens te vinden. Uiteindelijk kwam hij toch boven water en kon ik hem ontmoeten. Wanneer ik iemand ga schilderen, maken we eerst een praatje met elkaar, zodat ik de persoon in kwestie beter leer kennen en daarna maak ik foto’s. Op het moment dat ik mijn fototoestel pakte, ging het helemaal mis. Hij raakte volledig in paniek. Hij hield zijn handen voor zijn gezicht en riep alleen maar: ‘Ik wil niet’. Dat was nog in de tijd van de fotorolletjes, dus ik heb een paar rolletjes volgeschoten, maar hij zat geen moment stil. Hij was eigenlijk heel erg vervelend.”
Nu kan Daan er wel om lachen, maar destijds was het een ongemakkelijke situatie. Het werd er niet beter op toen Daan de foto’s onder ogen kreeg die hij tijdens de ontmoeting had gemaakt. Alle afbeeldingen waren bewogen.
“Ik probeerde een nieuwe ontmoeting te regelen, maar dat kon niet. Eigenlijk dacht ik dat het niks meer zou worden. Ik heb de klus een poos laten liggen, maar na verloop van tijd ben ik er toch mee aan de slag gegaan. Ik heb een serie portretten gemaakt, zodat de beweging duidelijk wordt. Nu ik erop terug kijk, ben ik toch wel tevreden met het resultaat. Ik heb Herman ongeveer een jaar voor zijn dood geschilderd. Hij heeft het resultaat zelf nog kunnen zien en ik heb gehoord dat hij blij was met het portret.”

Karakter van de persoon

Wanneer we de portretten van Daan van Doorn bekijken, valt het op dat hij in verschillende stijlen heeft geschilderd.
“Ik heb altijd vrij realistisch geschilderd, maar tegenwoordig heb ik een expressievere stijl”, licht hij toe. “Zeker in de nieuwere stijl kun je nog beter het karakter van de persoon tot uiting laten komen.” Hij schildert niet alleen op panelen en op doek, maar ook steeds vaker op speciaal geprepareerd papier. Maar altijd met olieverf.
“Ik verdun de verf met terpentine en daardoor heeft het de uitstraling van een aquarel, maar wel de duurzaamheid van een olieverfschilderij. Ik vind het heel belangrijk om te blijven ontwikkelen. Om het steeds op een hoger niveau te krijgen.”

Jane Morris-Goodall

Op de vraag wie hij graag nog eens zou schilderen, heeft hij niet direct een antwoord paraat.
“Aan de ene kant zou ik iemand willen schilderen die ik heel erg waardeer en bewonder, maar aan de andere kant kijk je ook naar het schilderachtige. Ik kwam laatst bijvoorbeeld in een cafeetje in Gent. De eigenaar had duidelijk een passie voor fietsen. Zijn cafeetje heette ‘Het Velootje’ en aan de wand hingen ook wel een paar fietsen, maar tegelijkertijd was er zo enorm veel rommel opgestapeld, dat je ze bijna niet meer zag. De eigenaar was een oudere man met een lange baard, hij zat bij een openhaardje en naast hem op een kussentje lag een mooie kat. Dat vond ik heel schilderachtig. Maar als ik dan iemand zou mogen uitkiezen, lijkt het me heel bijzonder om Jane Morris-Goodall nog eens te mogen schilderen. Ik bewonder haar vanwege haar inzet voor de natuur en deze vrouw heeft een prachtige uitstraling.”
Hoewel Van Doorn naam heeft opgebouwd met zijn portretten, is hij zich de laatste tijd ook aan het verdiepen in een heel andere tak van sport binnen de schilderkunst.

FOTO: Kelly Thans

Bloemen schilderen

“Ik vond het plezierig om er iets naast te gaan doen. We komen veel in Engeland, waar we genieten van de mooie tuinen. Dat inspireerde me om bloemen gaan schilderen.”
Bij deze bloemenschilderijen past Daan van Doorn een vergelijkbare ‘aquarel-achtige’ stijl toe als bij zijn recentere portretten. Ook met deze schilderijen oogstte hij al succes in binnen- en buitenland. De landsgrenzen vormen namelijk geen beperking voor deze gepassioneerde kunstenaar.
“Ik heb regelmatig opdrachten in het buitenland. Op dit moment loopt er een opdracht in Parijs en één in Londen, maar ik denk dat ik het meeste werk heb in de Randstad.” Toch vertrok Daan, geboren en getogen in Rhoon, onder de rook van Rotterdam, tientallen jaren geleden juist uit die Randstad naar het Zeeuwse Middelburg.

Rust en ruimte

“We waren op zoek naar rust en ruimte en dat hebben we hier gevonden”, zegt Daan, doelend op het landelijke gebied waar hij nu woont, net buiten de stad. “Het klinkt voor veel mensen misschien heel raar dat ik dit zeg, maar Zeeland ligt heel centraal. Niet zozeer ten opzichte van de rest van Nederland, maar wel ten opzichte van steden als Parijs en Londen. Ik zou ook nooit meer terug willen naar de Randstad. Als ik na een dag werken buiten Zeeland weer over de stormvloedkering rijd of uit de bocht bij Bergen op Zoom kom, voelt het echt als thuiskomen.”

Manda Heddema in De Wereld Draait Door

Als eigenaresse van boekhandel de Koperen Tuin in Goes is Manda Heddema al jaren een bekend gezicht op Zuid-Beveland. Nu ze maandelijks te zien is op de Nederlandse televisie, wordt ze ook elders op straat herkend.

door Rachel van Westen

Afgelopen zomer kreeg Manda een telefoontje van De Wereld Draait Door. Het kwam volslagen onverwacht en enkele maanden later lijkt ze er nog steeds verbaasd over. “Er werd me gevraagd of ik auditie wilde doen als lid van het boekenpanel in hun programma. Onder het motto ‘Dan maak je dat ook eens mee’, besloot ik het te doen, maar het voelde voor mij meer een beetje als een grap”, geeft ze toe. “Ik moest zelf een boek uitkiezen waarover ik een pitch kon houden en ze zouden me een manuscript sturen dat nog niet gepubliceerd was, om te kijken in hoeverre ik in staat ben om een eigen mening te vormen.”

FOTO: Kelly Thans

Na de auditie werd er tegen haar gezegd; ‘Binnen een paar dagen hoor je wel wat.’ Het bleef stil en Manda vond het eigenlijk wel best. Toen ze na een week een mailtje kreeg met de mededeling dat de redactie er nog mee bezig was, zette Manda het boekenpanel uit haar systeem. “Ik was er echt van overtuigd dat het niets meer zou worden. Maar toen, op een dinsdag om vier uur uur, ging de telefoon. Dat zal ik niet gauw vergeten. Mijn collega nam op en zei: ‘Manda, De Wereld Draait Door aan de telefoon.’ Het was toevallig heel druk en ik hoorde iemand in de winkel een gilletje geven.” Snel liep Manda met de telefoon naar achteren en toen ze hoorde dat de keus op haar was gevallen, sloeg de schrik toe. “Pardon? Mag ik daar nog even over nadenken?”, reageerde ze overdonderd. Maar nee, nadenken was eigenlijk geen optie. Het persbericht lag klaar en zou een half uur later verstuurd worden. “Ik wilde nog wel graag een paar dingen weten en ik wilde het even met het thuisfront overleggen. Ik had zomaar het idee dat dit best wel impact ging hebben en niet alleen op mij. Ik mocht overleggen, mits ik het in een half uur kon regelen. Gelukkig nam mijn man de telefoon op. Dat was echt een wonder, want dat doet hij nooit overdag.” Zelf werd ze overspoeld door twijfel, maar haar man stond er gelijk achter. “Deze trein stopt maar één keer voor je deur. Spring er maar op. We verzinnen wel een manier”, was zijn reactie.

FOTO: Kelly Thans


Er was nauwelijks tijd om het allemaal te laten bezinken, want het nieuw samengestelde team had drie tot vier weken om de eerste uitzending voor te bereiden. Samen met de andere drie panelleden moest Manda vier boeken selecteren die nog niet gepubliceerd waren. Omdat het niet handig is om alle vier in het zelfde boek te duiken, ontstond er al snel intensief contact met de anderen. “Ik kende ze niet, alleen een enkeling van gezicht omdat ik die wel eens tegen was gekomen op een boekenbeurs. We wonen ook niet bij elkaar in de buurt, dus we communiceren dag en nacht via WhatsApp. Al snel hadden we een soort systeem. We hebben natuurlijk wel inzicht in wat er gaat verschijnen, aan de hand daarvan maken we lijsten van boeken die ons interessant lijken. Alles wordt gelezen in manuscript.” Zelfs voor een doorgewinterd lezer als Manda, is het onmogelijk om alle boeken van begin tot eind door te spitten, dus er worden zo’n vijftig bladzijden per boek gelezen. Al met al streeft elk panellid ernaar om 2.000 pagina’s per week te lezen. “Natuurlijk zijn er elke maand veel meer mooie boeken dan de vier die we uit mogen kiezen. Dat is dan de pijn. Je moet mooie boeken laten vallen. Dat is elke keer even slikken.”

Maandag sloegen de zenuwen toe

Voor de eerste uitzending mochten de panelleden een keer aanschuiven in de studio. Tussen het andere publiek, maar wel buiten beeld. “Dat was toch wel prettig, dan ben je er toch al een keer geweest en weet je hoe het ruikt en hoe het voelt.” De eerste uitzending was op een dinsdag in september. “Maandag sloegen de zenuwen toe”, blikt Manda terug. “Toen kon je me echt opvegen. Die dinsdag waren we er al heel vroeg, zodat we aan de tafel konden repeteren. Wat vooral opvalt is dat de verhoudingen op beeld heel anders zijn dan in het echt. De studio is heel klein en de tafel is veel breder. De andere drie zitten aan één kant van de tafel en ik zit als enige van het boekenpanel aan de andere kant. Daar werd ik een beetje door overvallen en ik riep ook gelijk: ‘Oh wat zijn jullie ver weg’. Maar op het moment dat je daar live in de uitzending zit, zie je alleen nog maar die tafel. Je ziet het publiek niet eens meer, laat staan een camera.”
Gek genoeg heeft Manda de tweede uitzending als enger ervaren dan de eerste. “De eerste keer was het allemaal nog heel abstract, maar de tweede keer was heel erg echt. Dan heb je gezien wat er gebeurt. Je bent tien minuten op televisie en iedereen heeft het gezien. Echt iedereen”, benadrukt Manda vol ongeloof. “Mensen in de winkel herkennen je, maar ik werd nu ook al herkend op straat in Vlissingen. Ik werd overspoeld door vriendschapsverzoeken op social media. Ik ben me ervan bewust dat dat alleen maar meer wordt. Dat is best wel verwarrend. Alsof ik opeens iemand anders ben.”

Bol van de adrenaline

Bij een optreden in De Wereld Draait Door, hoort natuurlijk ook een kennismaking met presentator Matthijs van Nieuwkerk. “De eerste keer zat ik naast hem in de schmink”, vertelt Manda alsof het de normaalste zaak van de wereld is. “Dat was heel gezellig. Het is hard werken hoor, ik heb echt heel veel bewondering voor die man. Dat had ik al, maar nu ik het zelf ervaren heb, zie ik het als bijna onmenselijke taak om het elke dag voor elkaar te krijgen. Het moet lijken of het allemaal vanzelf gaat, maar dat gaat het natuurlijk niet. Het vergt enorm veel concentratie. Tijdens zo’n uitzending sta je bol van de adrenaline.”

Prachtige kans

Boekenpanellid ben je niet zomaar. Het lezen van al die honderden manuscripten vergt enorm veel tijd en de televisieoptredens brengen de nodige spanning met zich mee. Toch voert bij Manda het gevoel van dankbaarheid de boventoon. “Ik vind het een eer dat ik dit mag doen. Het is een prachtige kans en je leert er waanzinnig veel van. Je ziet een tak van sport die je normaal niet ziet. Je groeit erdoor.”